
“Revalidatie is een vak dat je raakt”
Marjolein Janse-Danselaar (55) en Anne-Fleur Goud (23) zijn verpleegkundigen bij Revant Revalidatiecentrum Lindenhof in Goes. De een stond letterlijk tussen de bouwlampen en steigers toen de eerste revalidanten binnenkwamen. De ander hoort bij een nieuwe generatie zorgprofessionals die de kracht van revalidatie vooral ervaart in de warme samenwerking en het echte gesprek. In hun gesprek komt niet alleen het verschil tussen toen en nu naar voren, maar vooral wat al 25 jaar hetzelfde is gebleven: nabijheid, betrokkenheid en werken met het hart.
Een begin tussen de bouwhekken
Marjolein hoeft niet lang na te denken wanneer ze teruggaat naar haar eerste dag. “Als ik alles meetel, werk ik ruim dertig jaar in de revalidatie. En ik weet nog precies hoe het hier begon. Het sollicitatiegesprek vond ‘gewoon’ plaats in de hal, tussen een kring van behandelaren, terwijl de kliniek nog werd afgebouwd. Mensen vertellen me nu dat ze hier weleens verdwalen. Nou, toen vond ik het ook één groot doolhof.” Ze lacht bij de gedachte. “Ik werkte in een groot revalidatiecentrum in Twente, werd verliefd op een Zeeuw én wilde graag in een revalidatiecentrum blijven werken. Maar in Lindenhof was er eerst alleen een poli, nog geen kliniek. “Voordat de kliniek daadwerkelijk werd geopend, zat mijn sollicitatiebrief al enkele jaren in de portefeuille van Revant. Er was nog geen vacature binnen Lindenhof voor de verpleging maar die zou er in de toekomst wel komen.
In die tijd moest ik wel eens in het naastgelegen Adrz ziekenhuis zijn voor mijn werk en dan keek ik naar buiten om de bouw van de kliniek in de gaten te houden.” Marjolein haar eerste werkdag staat in haar geheugen gegrift. “We startten op een lege afdeling. De eerste dag hadden we twee opnames: een jong meisje en een oudere mevrouw. Twee bedden, twee patiënten, twee verpleegkundigen. Dán begint het, elke dag kwamen er revalidanten bij tot de afdeling vol lag. Dat vergeet je nooit meer. Het voelde meteen als thuis.”
Een warm bad – 25 jaar later
Voor Anne‑Fleur, nu 2,5 jaar in dienst, zag de weg naar Lindenhof er totaal anders uit.
“Ik wist vooral wat ik níet wilde. Het ziekenhuis was te gehaast; ik miste er het contact. Aan het einde van de dag dacht ik: ik heb alles gedaan, maar ik heb mijn mensen niet gezien. In de ouderenzorg miste ik uitdaging. Ik wist niet eens dat revalidatie bestond, tot ik het ging googelen.”
Een toevallige ontmoeting bracht alles in beweging. “Ik mocht een dag meelopen. Na een uur wist ik het: dit klopt. Ik liep met een grote glimlach rond.” Wat haar het meest raakte?
“Dat er tijd is om de revalidant écht te zien. Dat het één team is; therapeuten en verpleging samen, met één doel: het beste voor de revalidant. De dagstart is daar zo’n mooi voorbeeld van. Iedereen kent elkaar, vraagt hoe het gaat, heeft korte lijntjes met elkaar. Het voelde als een warm bad, en dat gevoel is nooit meer weggegaan.”
Revalidatie: menselijk en een luisterend oor
Hoewel hun beginjaren behoorlijk uit elkaar liggen, herkennen ze elkaar in de kern van het vak.
Anne‑Fleur: “Hier ben je verpleegkundige, maar ook een luisterend oor voor alles wat iemand meedraagt.” Revalidanten zitten in de kwetsbaarste fase van hun leven. Soms kun je niets anders doen dan naast iemand zitten en luisteren. Iemand zit erdoorheen en dan kun je zeggen: ik ben even bij je, en dat mág hier ook.” Marjolein knikt: “Revalidatie is meer dan oefenen en doelen behalen. Het is naast iemand lopen in zijn of haar revalidatieproces. Dat is het altijd geweest en dat zal altijd zo blijven.”
Rol van familie
Wat veranderd is, is de rol van familie. “Die is veel groter geworden,” zegt Anne-Fleur. “Partners blijven hier slapen, draaien mee in het dagprogramma. Dat geeft zóveel vertrouwen. Dan denken mensen: als het hier lukt, lukt het thuis ook.” Marjolein herkent dat, maar benadrukt dat die aandacht voor het netwerk er altijd al was. “Alleen nu is het veel bewuster. De hele omgeving rond de revalidant doet mee. Dat vind ik een enorme winst.”
Van gekleurde pennen naar AI, maar het hart blijft hetzelfde
Marjolein zag de zorg veranderen van papieren mappen naar digitale dossiers. “We schreven alles met de hand: blauw voor dagdienst, groen voor de late dienst en rood voor de nacht. Elke map ging mee op visite. Nu zit je soms de halve dag achter de laptop.” Toch kijkt ze vooruit. Marjolein vertelt: “Ik zit in de symposiumcommissie van de landelijke beroepsvereniging voor continentieverpleegkundigen en vertegenwoordig daar de revalidatiezorg. Wij organiseren jaarlijks een symposium en we hebben voor komend symposium bijvoorbeeld iemand uitgenodigd die komt spreken over AI: hoe die ons kan helpen weer meer tijd aan het bed te besteden. Dat raakt me. Want dát is waar we voor in dit vak zijn gestapt.”
‘Meedoen is leren’: van moeten revalideren naar zelf willen groeien
De introductie van meedoen is leren in de kliniek ziet Marjolein als één van de grootste veranderingen. Meedoen is leren is een nieuwe dynamiek doordat je samen als revalidant, naaste en professional actief meebeweegt in het dagelijks ritme van de revalidatie, waardoor je continu ontdekt, oefent en groeit. “Vroeger werkte je de therapielijst af. Nu zijn de doelen van de revalidant leidend. Dat maakt alles betekenisvoller.” Anne‑Fleur vertelt: “Vanmorgen stond een man met halfzijdige verlamming te stofzuigen. Wiebelend, moeizaam, maar zó vastberaden. Dat was zijn doel: thuis weer kunnen helpen. Iets kleins wordt dan groot.” Ze is even stil. “Dit is waarom ik hier werk.”
Herinneringen die je bijblijven
Marjolein kijkt met een glimlach terug op de beginjaren. “Ik heb herinneringen opgehaald bij collega’s die ook hun ‘zilveren huwelijk’ met Revant/RGZ vieren (voormalig RGZ: Revalidatie geneeskunde Zeeland). “Er kwamen meteen allerlei verhalen boven.” Ze vertelt hoe het team destijds zonder piepers begon. “Ze dachten: als een revalidant belt, dan brandt er toch een lampje? Nou, dat werkte dus écht niet. Binnen no-time hadden we piepers.” Na een gezamenlijke scholing van drie weken trok het verpleegkundig team twee dagen naar een ander revalidatiecentrum om ervaring op te doen. “Revalidatiekennis was er nauwelijks,” legt ze uit. “De één kwam van neurologie, de ander van chirurgie… Ik was de enige die al uit een revalidatiecentrum kwam.” Ook de kleding was anders dan nu: “We hadden een eigen kledingbudget. We kochten spijkerbroeken, daar werd ‘RGZ’ op gestikt en de wasserij waste ze. Daarboven droegen we een wit jasje.” De inrichting deden ze zelf. “Een collega verfde op een dag gewoon de muren blauw en kocht lampen bij IKEA. Die hingen we ook zelf op. Dat kon toen allemaal nog.” Met warmte denkt ze terug aan bijzondere momenten: “Op oudejaarsochtend heb ik oliebollen gebakken voor de revalidanten. Nu zijn er veel meer regels.” Ook de zorg veranderde: “De ligtijd was veel langer. Mensen met een amputatie gingen pas naar huis als ze hun eigen prothese hadden. Nu kan de prothesetraining ook poliklinische vanuit huis.”
Een team dat voelt als familie
“Marjolein dacht dat het warme teamgevoel kwam doordat veel collega’s al jaren samenwerkten. Maar toen er veel nieuwe collega’s bijkwamen en die warmte bleef, wist ze: het zit niet in hoelang je hier werkt, maar in hóé je werkt. Ook familieleden van revalidanten gaven regelmatig aan dat zij deze warmte in het team merkten.”
Anne-Fleur vult aan: “Revalidatie verbindt. Je ziet mensen vallen, opstaan en opnieuw beginnen. Dat doet iets met je als team.”
Blijven leren, met liefde
Marjolein is drie jaar geleden, na het afronden voor de opleiding tot continentieverpleegkundige, gestart met het opzetten van een continentiepoli. Hiervoor draait ze zelfstandig spreekuur voor poli-/klinische revalidanten en werkt nauw samen met het behandelteam van de poli. Als aanvulling is ze begonnen met de opleiding tot MS‑verpleegkundige. “Ik merkte dat ik veel patiënten begeleid die ik soms niet volledig begrijp. Ik wil echt weten wat er achter hun angst, verdriet of klachten zit.” In de toekomst ga je steeds meer de MS-verpleegkundige zien in de medisch specialistische revalidatie, in samenwerking met de revalidatiearts. “Dat voelt als een cadeau aan mezelf, maar ook aan de revalidanten.”
Tot slot: wat geef je iemand mee die net wordt opgenomen?
Anne-Fleur: “Dat het heel begrijpelijk is dat er in het begin van de revalidatie veel op je afkomt en dat het je kan overrompelen. Je hele leven staat in één klap op z’n kop. Maar we doen het samen: de revalidant, de familie en het team. Stap voor stap.” Marjolein: “En dat we er ook zijn voor hun partner, kinderen, familie. Revalidatie doe je nooit alleen.”
Een kwart eeuw Lindenhof
Twee verpleegkundigen, twee generaties, één hart voor revalidatie.
In hun woorden klinkt precies wat de kliniek in Lindenhof al 25 jaar typeert: nabijheid, aandacht en menselijkheid. Wat hen verbindt, is niet alleen hun vak, maar ook dat ze van elkaar leren en weten dat ze elkaar nodig hebben elke dag opnieuw. Zoals Anne-Fleur het zegt: “En dat maakt dat ik hier elke dag met plezier werk.”










